De beslissing tot internering gebeurt in drie stappen: het onderzoek, is de eerste fase, tijdens het vooronderzoek in strafzaken, kan de procureur des konings een psychiater aanstellen, de inobservatiestelling kan, maar gebeurt nauwelijks in de praktijk. de tweede fase is de beslissing. Internering is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel die door een onderzoeks- of vonnisgerecht wordt uitgesproken.de duur van de maatregel is onbepaald, hij verblijft in de instelling zolang hij niet genezen is! Voor de uitvoering van de maatregel, als laatste, is de commissie ter bescherming van de maatschappij bevoegd, nu de strafuitvoeringsrechtbanken. zij wijzen een inrichting aan, de transferts, de uitvoeringsmodaliteiten, geven informatie naar het slachtoffer door... ze hebben tevens de mogelijkheid om een onmiddellijke opsluiting op te leggen of een berpeosverbod.
er komt een controle door de justitieassistenten.
Het is een tweesporenbeleid, daarmee bedoelt men dat er een controle is vanuit justitie, de geinterneerde is client van Justitie, maar ook patient van Volksgezondheid, waarmee hij dus ook behandeld moet worden.
In belgie zijn er twee soorten instellingen: er zijn psychiatrische afdelingen in de gevangenissen, die ressorteren onder de FOD Justitie, en de instellingen ter bescherming van de Maatschappij, ressorterend onder FOD Volksgezondheid.
wettelijke regeling:
VOOR 1930: wanneer de beschuldigde op de ogenblik van de feiten krankzinnig/zwakzinnig was of werd gedwongen door een macht waaraan hij niet kon weerstaan, pleegde hij geen misdrijf.
1930: wet ter bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers. er werden psychiatrische annexen opgericht, dit maakte de psychiatrische observatie mogelijk.
1964: vervanging vorige wet, waarbij de onbepaaldheid van de duur van de maatregel werd ingelast.
1998: de titel van de wet verandert; wet ter bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van seksuele feiten.
2007: wet voor de internering van personen die lijden aan een geestesstoornis.
er zijn voorwaarden waaraan een persoon moet voldoen om geinterneerd te worden:
1) hij moet verkeren in een staat van sociaal gevaarlijkheid. er moet een duidelijk verband zijn tussen graden van gevaarlijkheid en geestesstoornis. De graden van gevaarlijkheid zijn:
- low risk, = zijn niet gevaarlijk, maar hebben een psychologisch probleem
- medium risk= lichte gevaarlijkheid maar is behandelbaar, ze zijn therapieresistent.
- high risk. = eerder maatschappij beveiligen dan persoon behandelen.
2) er moet een bewezen misdaad of wanbedrijf zijn
3) op het moment van de berechting moet de persoon in staat van krankzinnigheid zijn, of een ernstige graad van geestisstoornis stoornis of zwakzinnigheid die hem ondergeschikt maakt om zijn daden te beheersen.
Profiel van de geinterneerde
het zijn meestal mannen, tussen de 20 EN 40 jaar. er werden 2/3 in vlaanderen geinterneerd voor 2000. de oudste tot nu toe werd in 1961 geinterneerd. de meest voorkomende hoofddiagnose is, persoonlijkheidsstoornis, middelengebruik of afhankelijkheid en psychotische stoornissen.
er zijn 20% van de opgesloten geinterneerden in vlaanderen met een verstandelijke handicap.
in wallonie, zijn er meer geinterneerden in speciaal ingerichte instellingen dan in vlaanderen, waardoor in vlaanderen de kwaliteit van het aanbod en de expertise lager ligt.
zie: COSYNS, P., DHONDT, C, JANSSENS, D.., 'geinterneerden in Belgie, de cijfers', Panopticon, 2007, P.47-61.



